Voorwaarden vijver

Wil je een natuurvijver met biologisch evenwicht, dan heb je rekening te houden met een aantal factoren om het succesvol te laten zijn:

Suggestie plateaus
  • Plateaus:
    Planten in manden hebben een vlakke bodem nodig. Bij komvormige vijvers eindigen alle planten in het midden op het diepste punt. Maak daarom plateaus, waarop de planten kunnen staan en niet naar het diepe kunnen glijden.
  • Rand:
    Voorkom dat voedselrijk regenwater uit de omgeving de vijver in kan spoelen door de (begroeide) rand een paar centimeter hoger te maken dan bijvoorbeeld het omliggende gazon. Dit voorkomt verstoring van het biologisch evenwicht dat is gebaseerd op voedselarm water.
Waterpest
  • Planten:
    Ondergedoken planten (zuurstofplanten) reinigen het water door voedingsstoffen om te zetten in zuurstof voor een gezonde biotoop.
    Per m3 water heb je minimaal anderhalf mandje met zuurstofplanten nodig voor een goede zelfreinigende werking. Gebruik dit om te bepalen hoeveel planten je voor een vijver nodig hebt.
    Voorbeeld: in een vijver van 8 m3 heb je 8 x 1,5 = 12 planten nodig.
    Plaats verschillende soorten zuurstofplanten, omdat sommigen in de winter geen zuurstof produceren (Glanzend fonteinkruid, (on)Gedoornd hoornblad) en anderen wel (Aarvederkruid, Waterpest). Dit is nodig om het biologisch evenwicht ook in de winter door te laten gaan.
    Om de biodiversiteit (insecten, vogels en amfibieën) in en rond de vijver te bevorderen kies je voor een grotere variëteit aan beplanting in en rondom de vijver.
  • Vissen:
    Kies vissen die hun eten niet in de grond tussen de planten zoeken (door het woelen laten de wortels los), maar vissen die aan het wateroppervlak naar eten zoeken.
    Een Goudvis bijvoorbeeld is familie van de karper en woelt de planten los, terwijl de Goudwinde op insecten en muggenlarven aan het oppervlak jaagt.
    Voer de vissen nooit; ze vinden genoeg te eten in de vijver en dit maakt deel uit van het biologisch evenwicht. Begin met 2 kleine vissen per m2; de vijver bepaalt zelf hoe groot ze worden en hoeveel het er worden.
  • Rust:
    Doe vooral zo min mogelijk aan de vijver en creëer zo min mogelijk (bij voorkeur geen) stroming in de vijver.
    Als je bijvoorbeeld een pomp gebruikt met een capaciteit van 5 m3 per uur in een vijver met 5 m3 water, dan gaat in het verloop van een uur al het water door de pomp heen. Inclusief alle micro-organismen.
    Heb je al een fonteintje of een beekloop, zet deze dan alleen aan als je zelf in de tuin bent.
    Afhankelijk van hoeveel bladeren er in de vijver vallen, volstaat het om eens per jaar, of eens per twee jaar in het voorjaar even met een schepnet met rechte voorkant over de bodem te gaan om het ergste afval van de bodem te scheppen (hoeft dus niet blinkend schoon).

Dit zijn de basisvoorwaarden voor een vijver in biologisch evenwicht.
Zolang de ondergedoken planten het goed doen en het water helder, heb je een prima biologisch evenwicht en nauwelijks onderhoud.
Het is wel van belang te begrijpen hoe biologisch evenwicht werkt. Lees daarom het artikel over het biologisch evenwicht en de stikstofkringloop.